Ruisvoorn
De ruisvoorn (Scardinius erythrophthalmus) is een inheemse vissoort, die leeft in de zoete wateren in de Benelux

Algemeen
De ruisvoorn, ook wel rietvoorn, "rode rijer" en "roodvoorn" genoemd, wordt ongeveer 35 centimeter lang en weegt dan ruim 500 gram. De grootste die tot op heden in Nederland is aangetroffen was 46 cm lang en woog 1600 gram.

Herkenning
De ruisvoorn is een licht afgeplatte vis, die in het volwassen stadium steeds hoger en steviger wordt. Hij heeft felrode buikvinnen, aarsvin en staartvin. De rode vinnen worden meer uitgesproken naarmate de vis groter wordt. De kleur kan naar gelang leeftijd en milieu variëren van groenzilverachtig zoals bij de blankvoorn tot goudkleurig. Het oog is bleekgeel, wat op grond van de wetenschappelijke naam (erythros = rood en opthalmus = oog) niet verwacht zou worden. Hij heeft 40 tot 43 schubben op de zijstreep. Hij heeft een bovenstandige bek en de mondspleet wijst omhoog. In de juveniele stadia heeft de ruisvoorn een vrij spitse kop.

Ruisvoorn wordt vaak met de blankvoorn verward. Er zijn wel enkele verschillen:
    De blankvoorn heeft een rood/oranje vlek boven de pupil. Dit is bij kleine exemplaren al duidelijk. Het oog van de ruisvoorn is egaal geelachtig.
    De rugvin van de ruisvoorn is verder naar achteren geplaatst.
    De bek van de ruisvoorn is bovenstandig, van de blankvoorn eindstandig.

Ook verwarring met de winde is mogelijk. De winde heeft een veel grotere en eindstandige bek en veel meer schubben langs de zijlijn (55-61).

Verder moet ook rekening gehouden worden met kruisingen (hybriden) met blankvoorn, winde, kolblei (zie afbeeldingen), brasem en alver. In Ierland worden wel kruisingen van brasem en ruisvoorn (F1 genoemd) kunstmatig geproduceerd en uitgezet ten behoeve van de hengelsport.

Ecologische betekenis
De ruisvoorn komt veel voor in iets voedselrijker helder water met veel waterplanten. Hij leeft in scholen aan het oppervlak van het water. Omdat de ruisvoorn in dit type water een van de dominante soorten is wordt het ook wel het snoek/ruisvoorn-watertype genoemd.

De ruisvoorn paait van april tot juli.
Ruisvoorns eten ook veel waterplanten, als de watertemperatuur boven de 18°C komt, zodat ze voor tuinvijvers en aquaria niet aan te bevelen zijn. Anderzijds zijn het wel fraaie vissen met felrode vinnen die zich goed laten zien.

Visserslatijn
De ruisvoorn is vaak in de buurt van het wateroppervlak te vinden en zoekt daar ook zijn voedsel. Omdat de ruisvoorn goed te bevissen is met de droge vlieg is hij ook geliefd geworden bij vliegvissers. Omdat hij vaak leeft in water met veel waterplanten, is een relatief dikke draad aanbevolen. De voorn kan gemakkelijk gevangen worden met vers brood, maden, maïs, kaas, regenwormen, deeg en aardappels.